EduSite

Over ict-ontwikkelingen in het (inter)nationale hoger onderwijs

RSS Feed

De MSN generatie

De Msn-generatie: anders dan andere generaties?

‘Vroeger was alles beter’ en ‘de jeugd van tegenwoordig’ zijn uitspraken die je vaak hoort als het gaat over jongeren. “Steeds meer mensen zijn heel fanatiek in het negatief denken over jongeren van tegenwoordig”, aldus Inez Groen, mede-auteur van het boek Generatie Einstein en werkzaam bij Keesie, een adviesbureau dat gespecialiseerd is in het bereiken van de jeugd. Ze voegt hier wel aan toe dat dit van alle tijden is: volwassenen die in een werkend ritme zitten en hun jeugd achter zich hebben gelaten, kunnen zich niet voorstellen dat het ooit goed komt met de generaties na hen. Ze vinden jonge mensen oppervlakkig, onverschillig en tegendraads.

Is deze generatie zo anders dan voorgaande generaties? “Ja” zegt Groen. “Nee” zeggen Alexander Schouten, die werkt aan zijn proefschrift The instant message generation, en Christian van ’t Hof, mede-auteur van het Jaarboek ict en samenleving 2006: De Digitale Generatie.

Geboren na 1988, is de ‘generatie Einstein’ volgens Groen slimmer, sneller en socialer dan eerdere generaties, die van de babyboomers en de zogenaamde generatie X. Jongeren van nu leren al van jongs af aan, spelenderwijs, omgaan met technologische innovaties. Op internet houden ze hun sociale contacten bij. Uit onderzoek van jongerenwebsite Kaboem blijkt dat 87 procent van de jongeren dagelijks op Msn zit. In de top zes van internetactiviteiten staat games spelen op een tweede plaats.

Tegenwoordig wordt er eerder poker of blackjack in een online casino gespeeld dan spellen zoals “second life” of “grand theft auto” zoals eerder de trend was. Verder downloaden jongeren muziek, surfen ze, zoeken ze plaatjes en e-mailen ze. Maar dat laatste gebeurt alleen als het echt nodig is. Chatten is ‘in’, mailen is ‘meer voor oude mensen’.

Multitaskers

Het grote verschil dat Groen ziet tussen deze generatie jongeren en de vorige, is dat ze veel dingen tegelijk kunnen. Zo schrijft ze in Generatie Einstein: “Jongeren zijn fanatieke mediaconsumenten. Televisie, tijdschriften, radio, websites en weblogs – jongeren gebruiken al deze media intensief en vaak ook tegelijkertijd. Daarin zappen ze moeiteloos van het ene naar het andere kanaal, van de ene naar de andere URL, tegelijkertijd bellend, sms-end en chattend met hun vrienden en bekenden. Ze luisteren muziek op een clipstation, terwijl ze een game spelen op hun console en een afspraak regelen via sms.”

Deze generatie jongeren bestaat uit zogenaamde multitaskers. Ze leren op een andere manier: niet meer lineair, zoals hun voorgangers gewend zijn, maar lateraal. Ze halen hun informatie overal vandaan. Van ’t Hof: “Jongeren mobiliseren hun netwerk bij alles wat ze doen. Bijvoorbeeld bij de aanschaf van spullen en bij vragen waar ze zelf niet uitkomen.”

Opvallend zijn de uitkomsten van psychologisch onderzoek van de University of California. Hieruit blijkt dat multitasking juist een negatieve invloed heeft op het leren. Mensen die een leertaak combineren met een andere taak, lopen het risico dat de kennis die ze opdoen later moeilijker opnieuw te activeren is.

Generatiekloof?

Schouten denkt, in tegenstelling tot Groen, dat er absoluut geen verschil is tussen de jongeren van nu en vroeger. Volgens hem kun je helemaal niet bepalen of ze slimmer, sneller en socialer zijn. “Je kunt wel zeggen: slim, snel en sociaal. Maar niet slimmer, sneller, socialer. Daarvoor moet je weten hoe de situatie vroeger was, bijvoorbeeld twintig jaar geleden.” Bovendien, zo zegt hij, “is er niets anders aan deze generatie dan aan vorige generaties, ook niet als het gaat om competenties. Alleen de toepassingen zijn veranderd. Hadden vorige generaties Msn en Sugababes gehad, dan hadden ze precies hetzelfde gedaan.”

Volgens hem hebben jongeren van nu ook niet meer contact met vrienden dan jongeren van andere generaties. “Het is wel makkelijker geworden door internet, maar of ze nu meer communiceren dan vroeger… ik denk het niet.” Schouten ziet Msn als het verlengde van wat vroeger op het schoolplein gebeurde. “Je kunt het thuis doen, en gewoon verder kletsen waar je was gebleven.”

Van ’t Hof ziet tussen de ‘msn-generatie’ en de voorgaande generaties geen cognitief, maar wel een sociaal verschil. “Cognitie heeft niets met leeftijd te maken. Je hebt als jongere nu eenmaal voorsprong op ouderen omdat je veel meer gebruik maakt van nieuwe technologie.” Het sociale verschil zit hem er in dat het gebruik van bijvoorbeeld Msn geleerd wordt via de peergroup. “Ouders zitten hier niet in, omdat hun leeftijdgenoten er niet in zitten. Zij hebben dus ook geen toegang tot de applicatie.”

Apparaatjes

Wat echt van deze tijd is, zegt Groen, is “dat ouders bovenop hun kinderen zitten.” Ze zijn, anders dan de generaties voor hen, volkomen gewenst geboren. Het mag hen aan niets ontbreken en veel jongeren bezitten voor hun activiteiten dan ook allerlei apparaatjes. Usb-sticks bijvoorbeeld en mobiele telefoons, die vooral worden gebruikt om te sms-en en mms-en, maar ook om met de ingebouwde camera foto’s te maken.

Verder spelen ze spelletjes op de Game boy advanced (gba) of de Playstation portable (psp),waarop het onder andere ook mogelijk is om muziek te luisteren, films te kijken en te internetten. Op mp3-spelers wordt muziek geluisterd, die veelal van internet gedownload wordt. Tenslotte zijn er nog pda’s, zakcomputers die vanwege het kleine formaat handig zijn in het gebruik en overal mee naartoe genomen kunnen worden. Mda’s combineren pda’s weer met een mobiele telefoon.

Taalgebruik

Over het taalgebruik, dat het vele chatten en sms-en met zich meebrengt, wordt veel ophef gemaakt. “Niet te volgen die sms-taal, taalverloedering, ze kunnen niet eens meer spellen…” zijn herkenbare uitspraken van de ‘minder digitale generatie’. Het ongebreideld chatten door jongeren zou slecht zijn voor de taalontwikkeling. Niet alleen ontstaat er een heel eigen woordgebruik, ook de spelling verandert, zodra er gechat wordt. Vier scholen in de provincie Groningen hebben in mei 2006 zelfs besloten een verbod uit te vaardigen op het gebruik van ‘Msn- en sms-taal’.

Groen denkt dat het wel meevalt met die taalverloedering. “Jongeren onderscheiden zich met een eigen taal van volwassenen. Dat is toch juist leuk.” Of jongeren al dan niet de Nederlandse taal machtig zijn, ligt volgens haar aan ons taalonderwijs. “Je moet je de vraag stellen: ligt het aan het kind of aan de docent als een kind de taal niet goed leert? Als wij het taalonderwijs goed op poten houden, goed blijven hameren op d’s en t’s, dan is er geen gevaar voor taalverloedering.” Ook Van ’t Hof concludeert dit na gesprekken met jongeren voor zijn onderzoek: “Met de taalbeheersing viel het reuze mee. De ‘Breezertaal’ van enkele jaren geleden is passé.” Over het taalgebruik maakt hij zich dan ook geen zorgen.

Comments are closed

Powered By Fapk || Designed By @ridgey28