informatie over de EduSite, de site voor ict in het hoger onderwijs
inloggen op de EduSite, de site voor ict in het hoger onderwijs
help!
 

bijlagen | abonneren | printversie

Open source discussie in onderwijsland I: Didactisch rendement?

Datum 17/11/2005 Auteur Joost Becking

In het Nederlandse hoger onderwijs wordt niet alleen serieus nagedacht over open source, ook wordt er volop over het onderwerp gediscussieërd. Bieden open source toepassingen meer flexibiliteit en vrijheid dan de 'traditionele' elektronische leeromgeving (elo)? En zijn die goedkoper of juist duurder? Zal open source de verwachtingen inlossen?

De EduSite ontving een ingezonden stuk van Joost Becking, verbonden aan de open source elo Didactor. Hieronder leest u zijn bijdrage.

We vroegen daarop Carl Verhoest, technisch directeur van ThreeShips, producent van de 'traditionele' elo N@Tschool!, ook zijn mening te geven in een column.


Joost Becking: Verdienen met open source: didactisch rendement

Wie vindt het niet leuk, er wordt een kant en klaar pakketje bezorgd waar iets in zit dat je zo kunt beluisteren, aan kunt doen of ergens anders voor kunt gebruiken.

Zo gaat het in de markt van e-learningaanbieders vaak ook: je hebt als onderwijsorganisatie een bepaalde behoefte geformuleerd, je hebt bij collega-organisaties geïnformeerd hoe zij omgaan met e-learning, nodigt wat leveranciers van e-learningpakketten uit en je krijgt een kant en klare aanbieding.

Even installeren, of laten hosten, en je kunt aan de slag. Leerlingen invoeren, lessen aanmaken, forumdiscussie beginnen en je hebt e-learning. Leuk, maar wat heb je er nu aan? Of met andere woorden: wat ontbreekt er in dit proces?

Ieder modern pakket gaat uit van een bepaald onderwijsformat, bijvoorbeeld het veel gehoorde 'sociaal constructivisme' of het 'samenwerkend leren'. Binnen dit voorgedefinieerde format worden tools aangeboden die bij de leeromgeving horen. Meestal gebeurt dit in de standaardopmaak van de leeromgeving, zodat het duidelijk is dat je in een leeromgeving bezig bent. Vaak zien leeromgevingen eruit als typische software-omgevingen met icoontjes die geen logische relatie hebben met de functie die er achter schuilgaat.

Door zulke e-learningpakketten te vullen met data, leercontent, studenten en docenten wring je de onderwijsorganisatie in de omgeving. Je past met andere woorden de schoolorganisatie aan de software aan en dat is waar het fout gaat. Bouwers van websites en makers van e-commerce sites weten allang dat je met voorgedefinieerde formats geen recht doet aan de eigenheid van een organisatie. Je moet design, uitstraling en functionaliteit aanpassen aan het doel, de doelgroep en de eigenheid van de organisatie.

En dat geldt ook, of juist, voor e-learning. De lessen die geleerd zijn in voorlopers van e-learning zouden moeten worden gebruikt door e-learningontwikkelaars. De vraag wordt dan hoe je ervoor kunt zorgen dat leerdoel, leerstijl en organisatiespecifieke kenmerken de inrichting van de e-learningomgeving bepalen.

Waarom kijken we met zijn allen nog steeds naar van die typische en gestandaardiseerde softwareomgevingen, terwijl leren zo'n persoonlijk proces is? Waarom doen we geen recht aan de eigenheid van iedere leerder? Waarom passen we, met andere woorden, de basisregels uit de didactiek niet toe op onze digitale variant van leren?

Alleen in dat geval zullen studenten en docenten zich herkennen in de omgeving en het gevoel hebben dat deze voor hen ontwikkeld is, wat het gebruik ervan positief zal beïnvloeden. Een e-learningimplementatie zal vrijwel altijd gepaard moeten gaan met maatwerk om recht te doen aan de eigenheid van iedere organisatie en dat gaat verder dan het plaatsen van een logootje of de weergave van een huisstijlkleur.

Helaas botst de behoefte aan maatwerk met het businessmodel van veel leveranciers; als je verdienmodel is gericht op het wegzetten van softwarelicenties ben je niet gebaat bij veel verschillende versies en maatwerkaanpassingen. Veel van de innovatiebudgetten gaan op aan licentiegeld, terwijl je dit ook kunt investeren in maatwerk.

Dit is de tweede reden dat het open source gedachtegoed, getuige de recente discussies op EDUCAUSE (zie bericht EduSite) en het groeiend aantal events dat hierover wordt georganiseerd (bijvoorbeeld door de Open Universiteit op 14 en 15 november), snel aan populariteit wint.

De eerste reden is dat bedrijven die hun geld verdienen met open source e-learning-software juist gericht zijn op het realiseren van individueel maatwerk. Organisaties die deze software gebruiken zien het belang van het lostrekken van de e-learningdiscussie van het pakketniveau. Software is software en dat blijft het.

Pas als je het zinvol toepast, de juiste componenten inzet en content aanbiedt binnen persoonlijke interesseprofielen, wordt e-learning een serieuze mogelijkheid om echte differentiatie te realiseren. Dan wordt e-learning van een handig hulpmiddel tot een serieuze toepassing in het leerproces. Dan is het ook weer handig dat je voor je primaire proces niet afhankelijk bent van een bepaalde softwareleverancier, maar zelf sturing kunt geven aan je didactische ict-vraagstukken.

Binnen alle zichzelf respecterende open source communities (zoals Moodle, Dokeos, Didactor en Sakai) kun je servicecontracten sluiten met partijen waar je de hosting, helpdesk en bugfixing onder kunt brengen, dus het gevaar dat er geen professionele ondersteuning is, is afwezig.

Het is goed om de discussie over open source vanuit didactisch perspectief te voeren: open source an sich is namelijk net zo weinigzeggend als de discussie over e-learning-software. Je hebt er pas iets aan als het op de juiste manier wordt toegepast. Maar als je over een flexibele omgeving wilt kunnen beschikken, die op maat wordt geleverd, met je mee kan groeien en waarvan je zelf mede kunt bepalen in welke didactische richting het verder ontwikkeld wordt, is het open source model een serieuze optie.

Joost Becking is architect van de open source elektronische leeromgeving Didactor en bestuurslid van de Stichting Didactor, een op de componentenarchitectuur gebaseerde e-learningomgeving. Daarnaast is hij managing partner van The Mediator Group, een advies- en implementatiebureau op het gebied van open source-onderwijstechnologie.

Bijlage(n)
afbeelding Joost Becking (15 KB)



In deze rubriek geven mensen uit de ict- en onderwijswereld hun mening over de rol van ict in het hoger onderwijs. De meest recente columns staan bovenaan.


Meld een column aan

 
Open source discussie in onderwijsland I: Didactisch rendement?
 
Paul Kirschner: Stilstaan is vooruitgang: Tijd voor pas-op-de-plaats-innovatie?
 
Wilfred Rubens: Elke docent een SOA
 
Peter Sloep: ict-beleid remt onderwijsinnovatie
 
Paul Kirschner: Als dinosaurussen turend naar de hemel
 
Het Nieuwe Leren: over Urbanus VIII, Rita Verdonk, appels en peren
 
Herbert Bos: Computers ziek maken
 
Open access voor Afrika?
 
Paul Kirschner: Warning, hype alert: Blended learning
 
Peter Sloep: ‘Open source is geen communisme’
 
Ict en onderwijs in Ghana: een Kafkaeske kronkel
 
Paul Kirschner: Van mijn geloof gevallen!


terugverder