EduSite

Over ict-ontwikkelingen in het (inter)nationale hoger onderwijs

RSS Feed

E-boeken

Groot nieuws voor Nederland Onderwijsland. Scholen maken de overgang van schoolboeken naar e-boeken. Weg zware rugzakken, weg dure aanschaf van school- en werkboeken, weg saai, onaantrekkelijk onderwijs. Op 22 mei jongstleden bezocht het televisieprogrammaEénVandaag het Sint-Maartens College te Maastricht, zo’n school die het papier heeft ingeruild voor digitaal lesmateriaal. Leerlingen, docenten, ouders, schoolhoofd, allemaal kwamen ze aan het woord over deze zegen. Er was één kritische stem, de mijne, die het allemaal in perspectief probeerde te brengen. Omdat televisietijd kostbaar is, kwam er heel veel heel kort aan de orde, en was er weinig nuancering en diepgang.

Ik wil – na de uitzending een paar keer te hebben bekeken – de zaken wat nauwkeuriger doornemen. In het programma kwam chronologisch het volgende aan de orde:
1. Boeken zijn zwaar (7-8 kilo wordt gezegd) en e-boeken zijn licht (2,1 kilo).
2. Kinderen hebben een voorkeur voor het gebruik van levendig, computerondersteund onderwijs boven saai, boekondersteund onderwijs.
3. De computers overnachten op school en mogen niet met de leerlingen mee naar huis.
4. E-boeken zijn minimaal kostenneutraal (de besparingen voor de school komen uit op €800, wat overeenkomt met de kosten voor de aangeschafte Mac), zo niet goedkoper omdat werkboeken enzovoorts niet meer nodig zullen zijn.
5. Het surfen, computerspelletjes spelen en MSN-en zal meevallen (al zeggen de kinderen in de uitzending iets heel anders!), omdat de docenten precies kunnen zien wat de leerlingen hebben gedaan; daarop gebaseerd kunnen zij zelf de vooruitgang bepalen evenals lesmateriaal en toetsen ontwikkelen.
6. De leerresultaten zijn beter met e-boeken.

Helaas – in diezelfde volgorde – wordt hier vergeten en/of verzwegen dat:

1. Er in de uitzending gezegd is dat er op dit moment weinig goed digitaal lesmateriaal in Nederland is. En dat het digitale materiaal de komende jaren in combinatie met de boeken aangeboden zal worden. Een eenvoudig rekensommetje leert ons dat de rugzakken 2,1 kilogram zwaarder zullen worden (dus 9,1-10,1 kilo). Bovendien, als ik kijk hoe het is gegaan met de mooie toekomstbeelden van ‘het papierloze kantoor’, dan zal er toch veel geprint worden. Dit zal meestal eenzijdig gebeuren – in tegenstelling tot boeken en werkboeken – wat milieuonvriendelijk is, en op A4-papier. Boeken zijn meestal kleiner van formaat, dus dat betekent nog meer gewicht. Met andere woorden: voeg nog wat kilo’s aan de 10,1 kilo. Volgende project: Alle leerlingen een trolley?

2. Docenten – en hun didactische keuzen en aanpakken – bepalen hoe levendig of saai het onderwijs is. Vergelijk het met een lekkere maaltijd, die beïnvloedt wordt door de gebruikte ingrediënten, maar waarbij het de kok is die uiteindelijk de doorslag geeft. Een goed boek is motiverender dan een saai computerprogramma en een goede docent kan motiveren met goed onderwijs, ongeacht de media die hij gebruikt.

3. Dat de kinderen de computers niet mee naar huis mogen nemen, komt waarschijnlijk voort uit vrees voor diefstal – brugpiepers zijn een makkelijke prooi voor dieven – en de kosten voor het verzekeren daartegen, die prohibitief hoog zijn. Er moet met andere woorden minstens één zwaarbeveiligde ruimte in de school worden ingericht, waar de computers opgeladen en opgeborgen kunnen worden. Gelukkig had het Sint-Maartens College zo’n ruimte over en had de school ook voldoende geld om een speciaal opbergsysteem voor de computers te kopen.

Ook gaat men er blijkbaar vanuit:
• dat de leerlingen thuis niet meer hoeven te werken en te leren óf
• dat er schoolboeken zijn waarmee ze toch thuis kunnen werken en leren (weer kilo’s papier erbij), óf
• dat alle leerlingen thuis een computer hebben die compatibel is met de Macs op school (hoewel de meesten van ons pc’s met Windows hebben), waarop al het lesmateriaal en computerprogramma’s die op school gebruikt worden geïnstalleerd zijn (door wie geïnstalleerd en door wie betaald?), en waar een breedbandverbinding en printer in een netwerk aanwezig zijn voor de leuke, interactieve ontdekkende lesprogramma’s die ‘iemand’ gaat ontwerpen en die elke leerling ongelimiteerd kan gebruiken (dus één computer per schoolgaand kind). En als dit laatste niet het geval is, dus als ouders niet welvarend genoeg zijn om voor elk schoolgaand kind een aparte computer aan te schaffen – nu is er een boekenfonds met korting voor het tweede kind – en/of niet in staat zijn om alles te installeren en een thuisnetwerk in te richten, wie gaat dit betalen respectievelijk inrichten?

4. Dat dit allemaal kostenneutraal zou zijn, is misschien nog wel de grootste misvatting. In het programma zijn veel kosten vergeten of verzwegen. Hier een aantal voorbeelden:
• Er is weinig digitaal lesmateriaal aanwezig (zeggen de docenten van de school zelf!): iemand zal dus moeten opdraaien voor de kosten van de boeken die in de komende jaren nog steeds aangeschaft zullen moeten worden.
• Computers en netwerken moeten onderhouden worden. Een pagina in een boek kan scheuren, wat te repareren is met plakband, en het kan op de grond vallen met weinig risico dat er iets ernstigs gebeurt. Anders is dat met een computer. In een recent artikel over computers op scholen in de New York Times staat: “Scores of the leased laptops break down each month, and every other morning, when the entire school has study hall, the network inevitably freezes because of the sheer number of students roaming the Internet instead of getting help from teachers…a room that used to be for the yearbook club became an on-site repair shop for the 80 to 100 machines that broke each month, with a ‘Laptop Help Desk’ sign taped to the door. The school also repeatedly upgraded its online security to block access to sites for pornography, games and instant messaging — which some students said they had used to cheat on tests.” Wie betaalt dat?
• Veel zal toch geprint worden (zie punt 3) en dit kost geld. Laserprinters thuis en op school, papier, toner, misschien een kleurenprinter voor de online kaarten die de Bosatlas zullen vervangen, enzovoorts. Met andere woorden, wij ruilen vaste kosten van school- en werkboeken voor vaste en variabele kosten van het zelf (thuis of op school) printen! Wie betaalt dit allemaal? Het enige antwoord is de ouders van deze boekloze kinderen, omdat de scholen met de aanschaf van de computers een kostenneutrale investering hebben gemaakt.
• Veel van het digitale materiaal zal komen van commerciële bedrijven, zoals educatieve uitgeverijen. Ik ga er niet van uit dat zij dit gratis leveren. Misschien kan het digitale materiaal minder kosten dan een schoolboek, omdat er geen drukkosten zijn, maar het kan ook duurder uitvallen, omdat het ontwikkelen en vormgeven van games, simulaties, enzovoorts veel duurder is dan van leerboeken. Wij ruilen hier dus de kosten van schoolboeken in voor die van de door diezelfde bedrijven ontwikkelde digitale leermaterialen.

Even terzijde: Zullen de bedrijven die het materiaal commercieel aan de school leveren (Mac-OS) het allemaal gratis aan de ouders leveren zodat de kinderen er ook thuis (Windows) mee kunnen werken? Hoewel ik niet cynisch wil lijken, denk ik dat ouders hiervoor ook zullen moeten betalen en dat er dus weer een kostenpost – per kind – bij komt!

5. Dat alles gecontroleerd kan worden is duidelijk, maar wanneer gaat de docent dit doen? In de uitzending wordt duidelijk gesteld dat de docent niet vervangen wordt. Gelukkig maar! Nederland beschikt over uitstekende docenten die – ondanks het feit dat onze overheid al jaren te weinig uitgeeft aan het onderwijs (al jaren minder dan de OESO-norm!) – zorgen dat wij het internationaal toch redelijk goed doen. Met het invoeren van deze zoveelste, niet goed doordachte onderwijsverandering, zullen deze overwerkte, ondergewaardeerde en onderbetaalde docenten de nieuwe lessen moeten voorbereiden, hun vak bijhouden, de leerlingen toetsen en hun vooruitgang bepalen en bewaken, de leerlingen begeleiden, enzovoorts. Hier hebben zij nu al nauwelijks tijd voor. Ik moet er niet aan denken zij ook alle computers van alle leerlingen in alle klassen zullen moeten checken op zowel ongeoorloofd gebruik als vooruitgang en prestaties.

En wat te denken van het voorbereiden van al die lessen met de computer? Zoals ik al eerder zei, leerboeken of e-boeken alleen zijn geen onderwijs. Het is de docent die ze tot goed onderwijs maakt. Op dit moment – met de huidige leermiddelen – verzorgen de docenten uitstekend onderwijs. Omdat ik er van uit ga dat deze revolutie meer is dan de beschikbaarstelling van pdf-bestanden van bestaande schoolboeken aan scholen, zullen docenten een ander soort onderwijs moeten ontwerpen met een andere didactiek. Wanneer gaan de docenten dit doen? Wie gaat ze dat leren en wanneer? Wie gaat dat betalen?

Een analogie: als een productiebedrijf een nieuwe productielijn wil, laat het deze door andere mensen ontwikkelen en uittesten dan de mensen die op dat moment aan het produceren zijn. Verder wordt op het moment van overgang de productie voor een tijd stopgezet en worden de werknemers opgeleid om de nieuwe methoden te gebruiken. Tot slot worden zij in de eerste periode na ingebruikneming bijgestaan door specialisten die voorkomende problemen kunnen helpen oplossen. Hoe gaan de scholen dit doen? Ik wil de school niet degraderen tot productiebedrijf, maar toch zijn er enige overeenkomsten. Wie gaat het onderwijs ontwikkelen bijvoorbeeld? Wanneer kunnen de docenten opgeleid worden om goed gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden? Wie gaat hen opleiden en wie zorgt voor de begeleiding na invoering? Wie gaat dit allemaal betalen? Tot slot: in tegenstelling tot een productiebedrijf kan het onderwijs niet worden stilgezet! Of was men van plan de docenten in de toekomst te vragen om hun zomervakanties hiervoor in te leveren?

6. Dat de leerresultaten beter zijn, is gebaseerd op de uitspraak in de uitzending van één leraar over één onderwerp, te weten ‘ratio’s’ (breuken?). Hoewel mijn handen jeuken om ‘wetenschappelijk’ het tegendeel te bewijzen, zal ik hier ook een uitspraak presenteren van het hoofd van al het onderwijs in een van de steden in de VS die in het New York Times-artikel besproken wordt: “After seven years, there was literally no evidence it had any impact on student achievement – none. The teachers were telling us when there’s a one-to-one relationship between the student and the laptop, the box gets in the way. It’s a distraction to the educational process.” Het artikel vervolgt: “Such disappointments are the latest example of how technology is often embraced by philanthropists and political leaders as a quick fix, only to leave teachers flummoxed about how best to integrate the new gadgets into curriculums. Last month, the United States Department of Education released a study showing no difference in academic achievement between students who used educational software programs for math and reading and those who did not.”

Scholen in Nederland: Bezint eer gij begint. Sint-Maartens College te Maastricht (kinderen, ouders, docenten): Veel sterkte!

Comments are closed

Powered By Fapk || Designed By @ridgey28