informatie over de EduSite, de site voor ict in het hoger onderwijs
inloggen op de EduSite, de site voor ict in het hoger onderwijs
help!
 

reacties | bijlagen | abonneren | printversie

Open source discussie in onderwijsland II: Make or buy?

Datum 17/11/2005 Auteur Carl Verhoest

In het Nederlandse hoger onderwijs wordt niet alleen serieus nagedacht over open source, ook wordt er volop over het onderwerp gediscussieërd. Bieden open source toepassingen meer flexibiliteit en vrijheid dan de 'traditionele' elektronische leeromgeving (elo)? En zijn die goedkoper of juist duurder? Zal open source de verwachtingen inlossen?

In onderstaande column geeft Carl Verhoest zijn mening over het onderwerp. Verhoest is technisch directeur van ThreeShips Enterprises, producent van de 'traditionele' elo N@Tschool!

De EduSite ontving ook een ingezonden artikel van Joost Becking, die verbonden is aan de open source elo Didactor.


Carl Verhoest: Open Source Software, Open Standaarden: Make or Buy

De discussie
Veelal wordt open source software gepositioneerd als een ontwikkelings- en distributiemodel dat lijnrecht staat tegenover het model dat doorgaans door commerciële bedrijven wordt gehanteerd. Alhoewel deze positionering de discussie ongetwijfeld eenvoudiger maakt, drijft het ook de voor- en tegenstanders in twee kunstmatige kampen die maar moeilijk te verlaten zijn.

Deze polarisatie, zeker niet in de laatste plaats gevoed door een overheid die een soort "politiek-correct" gedrag oplegt inzake software aanbestedingen, heeft als resultaat dat de termen open source software (OSS) en open standaarden (OS) een steeds ruimere betekenis krijgen en te pas en te onpas gebruikt worden.

De elo Threeships N@Tschool!, die wij volledig zelf ontwikkelen en in de markt zetten volgens het traditionele licentiemodel, wordt ook ontwikkeld met OSS-gereedschappen. Daar komt geen "religie" bij kijken, maar eerder een "best-of-breed"-keuze. Dat is voor ons echter nog geen reden om het predikaat "open source software" te gebruiken.

In plaats van gewoonweg te zeggen "wij zijn voor" of "wij zijn tegen" is het nuttiger de vermeende voor- en nadelen van OSS op een rijtje te zetten en voor elk voor- en nadeel onze insteek te formuleren. Hierbij heb ik als uitgangspunt de onderwerpen gekozen die aan de orde zijn geweest op de onlangs door SURF georganiseerde themadag "Over de grenzen van de ELO".

Kosten
De totale kosten van een succesvolle implementatie van complexe ict-systemen in een organisatie (zoals een elo in het primaire onderwijsproces) bestaan slechts voor een zeer klein gedeelte uit licentiekosten. Daartegenover staat dat ook het eenvoudig inzetten van OSS vraagt om technische capaciteit en dus om budget.

Bovendien vereist de eventuele behoefte om wijzigingen aan te brengen programmeercapaciteit, toewijding om de wijzigingen in verschillende versies door te voeren, kwaliteitscontrole en projectmanagement. Tijdens de hierboven aangegeven themadag is duidelijk gebleken dat de implementatie van OSS-pakketten niet voordeliger is.

Open standaarden (OS)
De mate waarin de termen OSS en OS door elkaar worden gebruikt, is ronduit schokkend. Alsof open standaarden het eigendom zijn van de OSS-gemeenschap. Elke, zichzelf respecterende, commerciële software-leverancier draagt er zorg voor dat zijn product is gebouwd op open standaarden. Ook hier zijn er mensen die menen dat het voldoen aan open standaarden betekent "draaien op Linux" en "geschreven in PHP".

Nee, "open standaarden" gaat over zaken als: uitwisseling van gegevens tussen systemen, interoperabiliteit, connectivity, enzovoort. In het woord OSOSS horen de letters "OS" dus los te staan van de letters "OSS".

Innovatiekracht
Een ander aspect dat vaak naar voren komt als voordeel van OSS, is de mogelijkheid om snel eigen functionele wensen te kunnen doorvoeren. Het onderliggende uitgangspunt hierbij is dat men meent deze snelheid van handelen niet te kunnen verwachten, danwel eisen, van commerciële pakketten.

Uitspraken als "commerciële partijen zijn uit op een return-on-investment en innoveren dus niet" zijn echter niet gefundeerd. Een commerciële partij die niet innoveert zal snel uit de markt liggen; dit is een wetmatigheid die al eeuwen opgaat.

Overigens is het ook lang niet altijd duidelijk in hoeverre men de innovatierichting van OSS kan beïnvloeden: welke organisatie, of individuele programmeur, besluit om een vernieuwing op te nemen in de volgende release van het OSS-pakket?

Een organisatie als Threeships laat klanten een rol spelen bij het steeds doorlopende innovatietraject. Onze filosofie, verwoord in de term "Open Software Group", betrekt de gebruikers direct bij de specificatie- en evaluatiefases van nieuwe functionaliteiten. De resultaten van dit proces komen vervolgens, kosteloos, ter beschikking aan alle gebruikers. Het enige verschil met OSS is dat het programmeerwerk, de kwaliteitscontrole, en het beheer van de broncode bij Threeships blijft.

Make or Buy
In plaats van te discussiëren over "OSS versus Commercïele Software" is het beter om het over "Make or Buy" te hebben. Aan de Make-or-Buy-beslissing is nu, met de komst van OSS, wel een extra dimensie toegevoegd.

Samengevat zijn de mogelijkheden voor een Make-or-Buy-beslissing als volgt:

1. Men ontwikkelt alles zelf.
2. Men ontwikkelt alles zelf, op basis van een bestaande OSS-code-set.
3. Men besteedt de ontwikkeling uit, waarbij de leverancier al dan niet gebruikmaakt van een bestaande OSS-code-set.
4. Men schaft een bestaand pakket aan, waarbij de leverancier onder andere wordt beoordeeld op het gebruik van open standaarden en de mate waarin de productontwikkeling beïnvloed kan worden.

In de bovenstaande lijst met mogelijkheden moet iedereen zich kunnen vinden. Echter, de criteria die gelden bij het maken van een keuze uit deze mogelijkheden zijn heel anders dan de criteria die men in de "OSS versus Commercïele Software" discussie hoort.

In een Make-or-Buy-beslissing spelen de volgende criteria een rol:
• Wil ik zelf ontwikkelen en de verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat?
• Wil ik zelf ontwikkelen en de verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat, ook als ik daarbij software gebruik die door anderen is gebouwd en waarvan ik de continuïteit en kwaliteit niet kan garanderen?
• Is zelf-ontwikkelen wel mijn vak?
• Als ik uitbesteed, krijg ik dan waar voor mijn geld, en garandeert de leverancier de kwaliteit en continuïteit van de eventueel gebruikte OSS-code?
• Als ik een bestaand pakket koop, voldoet het dan wel aan de open standaarden?
• In hoeverre kan ik het te volgen innovatietraject van het commerciële pakket, danwel het OSS-pakket, beïnvloeden?
• Welke van de vier eerdergenoemde mogelijkheden is het goedkoopst en welke garanties krijg ik voor mijn investering?

Onze mening, als software-leverancier, over open source software is dus genuanceerder dan "voor" of "tegen". In de Make-or-Buy-beslissing nemen wij uiteraard een sterke positie in. Wij hebben geen enkel bezwaar tegen een Make-beslissing (met of zonder OSS), maar bieden een alternatief (Buy) waarbij uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor zaken als correct functioneren, opschalen, performance, en kwaliteit, in de breedste zin van het woord, bij ons ligt.

Ir. Carl Verhoest is Technisch Directeur en mede-oprichter van Threeships enterprises b.v., producent van de elektronische leeromgeving N@Tschool! Hij studeerde informatica aan de TU Delft, en was in het verleden betrokken bij Europese R&D-projecten, onder andere op het gebied van software engineering.

Bijlage(n)
afbeelding Carl Verhoest (665 KB)



reacties:


Volgens mij is de stelling in de column: 'In plaats van te discussiëren over "OSS versus Commercïele Software" is het beter om het over "Make or Buy" te hebben.' niet juist.

Een FLOSS totaaloplossing hoort thuis onder het kopje 'buy'. 'Make or buy' betekent wat mij betreft 'Maatwerk of standaardoplossing', niet 'FLOSS of commercieel'.
De implementatie van een FLOSS oplossing zal een vergelijkbare inspanning vergen als de implementatie van een commerciele oplossing. Het bijkomende voordeel van de FLOSS oplossing is dat je:
- toegang hebt tot de broncode om eventuele problemen op te kunnen lossen;
- daardoor geen afhankelijkheid hebt van je leverancier;
- een product hebt dat (potentieel) door veel meer leveranciers ingezet wordt;
- wat uiteindelijk resulteert in 'meer ogen = meer testen = minder bugs' en meer add-ons.

Ik vermoed dat de 'foute' stelling komt omdat Carl ingaat op het stuk van Joost Becking. Joost stelt namelijk dat een FLOSS oplossing altijd leidt tot maatwerk.

Dat uitgangspunt gaat m.i. alleen op wanneer je werkt met een halffabrikaat product. Daar zul je inderdaad maatwerk bovenop moeten plaatsen. Naar mijn idee is dit niet wenselijk, i.v.m. kwaliteit (zie bovenstaand testpunt) & upgradebaarheid.

Het is beter om een generieke ELO engine te gebruiken (of te (laten) ontwikkelen) en daar generieke (configureerbare) uitbreidingen in modulevorm op te implementeren.

Indien het gaat om financiering uit gemeenschapsgeld, dan ligt de keuze zeer voor de hand om hiervoor een FLOSS oplossing te kiezen.
Zoran Kovacevic (18 nov 2005)
[ ]

Beste Carl,

Ik ben met Zoran eens dat je de discussie over open source niet kunt vergelijken met make or buy. Net als N@tschool worden ook open source producten continu doorontwikkeld en zijn ze dus in feite nooit af. Het verschil zit hem in het eigendom, in het traditionele model is de software van 1 commerciële partij, in het open source model is het van de gebruikers en dat wordt steeds belangrijker gevonden omdat E-learning steeds intensiever gebruikt wordt (in het primaire onderwijsproces), wordt het steeds minder logisch om zulke belangen te beleggen bij een derde partij.

Het interessante van goede open source producten is nu juist dat er commerciële leveranciers diensten omheen aanbieden, die kwaliteit garanderen, SLA's aanbieden, the works. Alles dus wat je bij een traditioneel product ook kunt kopen.

Beste Zoran,

Als je mijn column goed leest zie je dat ik niet stel dat open source automatisch tot maatwerk leidt, er zijn immers voldoende producten die het tegendeel bewijzen.

Ik til de discussie over E-learning wel over de techniek heen: als je vanuit de didactiek naar E-learning kijkt blijkt dat een voorgedefinieerde softwareomgeving niet erg waardevol is omdat deze geen rekening houdt met de individuele leerders en organisatie. Mijn stelling is dat het open source model een op maat gemaakte omgeving bevordert. Hoe je dat doet, dus met componenten en/of een ELO-engine is een andere discussie, alhoewel ik het wel met je eens ben. Didactor is namelijk ook opgebouwd rond een engine en bestaat uit ruim 25 educatieve componenten.
Joost Becking (18 nov 2005)
[ ]

In deze rubriek geven mensen uit de ict- en onderwijswereld hun mening over de rol van ict in het hoger onderwijs. De meest recente columns staan bovenaan.


Meld een column aan

 
Hans van Driel: Definieer leerrechten in credits in plaats van in jaren
 
ORD '06 / Paul Kirschner: Ontwerpen voor gebruikers (en niet voor Dummies)
 
Oscar Vonder: May you have many soa’s
 
Paul Kirschner: Evidence-based onderzoek. De nieuwe wonderpil?!
 
Software services – impacts on university education
 
Paul Kirschner: What's in a name... Bestaat het nieuwe leren?
 
Paul Kirschner: Ouder dan de weg naar Rome
 
'The Royal Society sombert over open access'
 
Paul Kirschner: Kweken wij watjes?
 
Het wondermiddel dat open source heet
 
Hype Alert: Gaming
 
Open source discussie in onderwijsland II: Make or buy?


terugverder